Zonder moeite eten we tegenwoordig asperges uit Peru, boontjes uit Senegal, kip uit Zuid Afrika en appels uit Chili. Prima toch, dan helpen we die landen! Helaas: het voedsel is veelal afkomstig van grootschalige buitenlandse ondernemingen die vooral in deze landen actief zijn vanwege de lage kosten en het gebrek aan milieu, arbeids of dierenwelzijnswetgeving.
Boeren over de hele wereld zijn gedwongen tot het produceren van anonieme goekope bulkproducten, de industrie doet er vervolgens een mooi strikje omheen en zorgt dat de consument er veel geld voor betaald. Een proces wat moeilijk is te keren, toch zouden initiatieven die ervoor zorgen dat een groter aandeel van de winst bij de boer terrecht komt, gesteund moeten worden. Op deze manier blijft er voor een groot deel van de boeren en nog belangrijker: hun opvolgers, perspectief.
Zo’n 6 miljoen boeren in Europa verkopen hun spullen via 30 grote supers aan 500 miljoen consumenten.
Boerenverstand is van mening dat er nog steeds grote kansen voor streekproducten zijn, maar dat creatieve oplossingen gezocht moeten worden. Hiervoor is ondernemerschap, wil en doorzettingsvermogen nodig. Europa kent zeer boeiende voorbeelden waar de producent en consument aan elkaar gekoppeld zijn zodat hogere prijzen voor de producten kunnen worden gerealiseerd.







