Voor CONO Kaasmakers, Natuurhoeve Zuivel en later mogelijk andere zuivelfabrieken, heeft Boerenverstand het KringloopKompas ontwikkeld. Zie voor alle informatie: www.kringloopkompas.nl
Voor duurzame zuivel moeten 3 hoofdstukken met elkaar in evenwicht zijn: 1) de economie, 2) de koeien en 3) de omgeving (Tripple B: blije boeren, blije koeien, blije aarde). Om te beoordelen hoe gezond de koeien zijn is het KoeKompas ontwikkeld. Om te meten hoe goed de boer voor zijn omgeving zorgt heeft Boerenverstand het KringloopKompas ontwikkeld. Lees hier een uitgebreid achtergronddocument zoals het bij Natuurhoeve ingezet wordt.
Wij streven naar een boervriendelijk meetinstrument, zo veel mogelijk gebruikmakend van (digitale)informatiestromen en gegevens die ook voor diverse overheden op orde moeten zijn (mestwetgeving, derogatie, BEX). Het PLUS Kompas levert daarom afrekenbare duurzaamheidsprestaties op. Maar in de PLUS variant is ook veel aandacht voor de kwaliteit van de bodem en bekijken we risicofactoren. Kringlopen moeten immers ook in de toekomst gesloten blijven. Bij voorkeur steken we op elk bedrijf een schop in de grond om de bodemkwaliteit te beoordelen. Op dit moment ontwikkelen we een integrale bedrijfsscore voor bodemkwaliteit in een SKB showcase. Zo moet het KringloopKompas, naast cijfers, een inschatting geven (voorspellend) in welke mate het bedrijf nu en in de toekomst de kringloop kan sluiten. Bij schaarser en duurder wordende inputs (denk aan fosfaat en krachtvoer) moet het bedrijf immers tegen lage kosten voldoende kunnen blijven produceren.
Aanpak klimaatprobleem met Boerenverstand
- Door de gemiddelde leeftijd van de koe te verhogen, gecombineerd met een snellere selectie van het jongvee is minder vee nodig voor dezelfde melkproductie wat een verlaging van de uitstoot van broeikasgassen geeft.
- Door niet een maximale maar een optimale productie per koe na te streven, werken aan robuuste koeien met minder uitval die (veel) minder krachtvoer nodig hebben.
- Een sterke focus op het verbeteren van de bodemkwaliteit en het promoten van langdurig grasland, verbeteren organische stofgehaltes zodat o.a. de CO2 buffer toeneemt.
Aanpak bodemkwaliteit met Boerenverstand
- De Bodemvruchtbaarheid verbeteren door een betere ontwatering, opheffen van storende lagen, organische stofgehaltes verhogen waar nodig, enzoverder.
- Meer langdurig, zo mogelijk eeuwig grasland en voor de overige percelen een systeem van wisselbouw –> focus op maximaal wortelstelsel.
- Geen permanent maisland! Of in wisselbouw met vanggewassen of innovatieve oplossingen als maisteelt in stroken.
- Mestopslag vergroten, zodat mest beter ingezet kan worden in het vroege groeiseizoen en de kunstmestgift verder afgebouwd kan worden.
- Mestkwaliteit verbeteren (meer organische stof, meer organisch gebonden stikstof).
- Stro in de boxen ipv zaagsel.
- De koe meer structuur voeren zodat er meer stikstof gebonden blijft in de mest.
- Geen zware machines en het voorkomen van structuurbederf en insporing.
- Geen fosfaat kunstmest gebruiken.
Aanpak waterkwaliteit met Boerenverstand
- Lage kunstmestgift van N en P en de inzet van meststoffen in het vroege groeiseizoen.
- Voorkomen van het scheuren van grasland, zie eerder.
- Het fosfaatgehalte van het totale rantsoen verlagen (BEX gebruiken) om de fosfaatgehaltes in de mest te verminderen.
- Afspoeling voorkomen door voldoende uit de (sloot) randen te blijven (strategische mestvrije zones).
Aanpak landschap, biodiversiteit en weidevogels met Boerenverstand
- Actief lidmaatschap van de (lokale) agrarische natuur- en landschapsvereniging.
- Actieve nestbescherming en mozaïek beheer.
- Winnen van kwalitatief goed hooi.
- Beheer van (sloot)randen.
- Waarde toevoegen aan de kwaliteit van de omgeving van het bedrijf.
- Een stal die past binnen het landschap en daar ook wat toevoegt (lange termijn acceptatie).
Aanpak footprint met Boerenverstand
- Intensiteit die past bij het bedrijf/de ondernemer en de toekomst (hoe intensiever het bedrijf, hoe meer liters melk per hectares, hoe afhankelijker het bedrijf van externe inputs en dus ook van wereldmarkten en prijsstijgingen).
- Streven naar optimale productie per koe, geen maximale.
- Inzetten op melk produceren van eigen ruwvoer.
- Betere benutting eigen ruwvoer (verbeteren inkuilproces, balen, hooi maken, gemengd voeren, stripgrazing, etc.).
- Koe voldoende laten herkauwen (meer recycling) en daardoor verlagen krachtvoergebruik.
- Boer stuurt mengvoerleverancier aan en niet andersom! Meer kennis van rantsoenen en sparren met (onafhankelijke) collega’s.
Aanpak luchtkwaliteit met Boerenverstand
- Voorkomen dat mest en urine bij elkaar komen, dus maximale weidegang en het stalsysteem (stro bindt ammoniak).
- Rekening houden met weer bij het uitrijden en mixen van mest (regenachtig, donker weer).
- Lagere N gehaltes in de mest door eiwitarme rantsoenen (BEX gebruiken).








